Auteur: Blauw

Hierom zijn adblockers nog harder nodig dan virusscanners

De wereld van online-media leeft vandaag de dag nog steeds voornamelijk van banners: advertenties op websites. Er zijn echter ook steeds meer mensen die die enorme hoeveelheid reclame vervelend beginnen te vinden, en een adblocker installeren voor hun browser. Dit heeft veel media-uitgevers ertoe aangezet om meldingen op de pagina te tonen dat ze het jammer vinden dat jij de advertenties blokkeert omdat dit hun – vaak – enige inkomstenbron is. Dat ís misschien ook jammer, maar het is voor jou als consument ook nódig.

Uitgevers zoals de Telegraaf of NU.nl verkopen online advertenties ongeveer op twee verschillende manieren:

  1. Premium: je krijgt als adverteerder een eigen accountmanager en koopt rechtstreeks bij de uitgever een heel pakket advertenties, bijvoorbeeld voor een bepaald merk, rondom een bepaald tijdslot of bijvoorbeeld op alle dinsdagen in oktober. Of bijvoorbeeld als het minimaal 12 graden is, of alleen vrouwen boven de 45+
  2. Bij opbod: een deel van de advertentieposities gaat naar een gesloten veiling, en deze adverenties worden bij opbod (per stuk!) in een blinde veiling verkocht. Dit gebeurt volledig geautomatiseerd.

Een uitgever kan zijn banner-netwerk aansluiten op zo’n veiling. Zonder in al te veel technische details te treden – het is een vrij ingewikkeld speelveld – is er een technische partij die de veiling voor de uitgever organiseert. Er doen verschillende partijen mee die geautomatiseerd bieden op banner-posities. Deze partijen doen een blind bod: wanneer het bod geaccepteerd wordt mogen ze een advertentie tonen. Deze partijen tonen geen eigen advertenties maar kopen deze plekken voor hun klanten: adverteerders zoals Coolblue & BMW.

Wanneer je je bedenkt dat een pagina soms wel 10 tot 15 advertentie-posities kan bevatten waarop geboden kan worden dan besef je pas hoeveel er achter de schermen moet gebeuren om een banner te tonen die voor de uitgever het meest lucratief is. Een populaire banner-formaat op een populaire website krijgt al snel 10 tot 40 biedingen per stuk (!).

Banners zien er vaak een beetje plat & simpel uit, maar zijn tegenwoordig kleine techniekbommetjes. Een adverteerder heeft tegenwoordig veel mogelijkheden om de banners zo te construeren dat ze aansluiten op gedrag dat jij al hebt getoond (denk aan de Zalando advertenties die je nog weken blijven volgen als je daar op de website bent geweest) of proberen aan te sluiten op een profiel dat de uitgever van jou heeft opgebouwd via cookies, bijvoorbeeld dat je een man bent die houdt van voetbal.

Deze banners hebben ook mogelijkheid om nieuwe demografische kenmerken toe te voegen, bijvoorbeeld het feit dat je met je muis over de banner heen bewoog (en dus misschien interesse toonde) waardoor ze je nog vaker banners laten zien.

Om deze chaos te beteugelen is de cookiewet in het leven geroepen: websites mogen nu niet meer zonder jouw toestemming cookies plaatsen op de website. Helaas zijn cookies maar een klein onderdeel van het probleem, en zorgen ze voor veel ergenis bij de consument (ons). Wanneer je de cookies echter niet accepteert maak je het voor adverteerders lastiger om een goed profiel op te bouwen, met als gevolg dat je banners ziet die waarschijnlijk niet voor jou bedoeld waren. Boeien.

Helaas zit er ook een keerzijde aan deze ingewikkelde materie. Door de hoeveelheid partijen die meebieden is het lastig om te zien van wie een banner uiteindelijk kwam. Dit kan voor ingewikkelde constructies zorgen waarbij adverteerders, of zelfs hele banner-inkopers frauduleuze techniek toepassen om in te breken op jouw browser, of erger: je computer. Dit heet malware. Omdat er zoveel banners worden getoond is het voor uitgevers vaak lastig te achterhalen wíe hun netwerk aantast.

Wil je nou geen onderdeel meer zijn van een veiling waarbij kwaadwillende adverteerders spam of malware op je computer plaatsen dan is een adblocker een eenvoudige oplossing. Je kunt deze met 3 of 4 kliks installeren, en bent vervolgens veilig voor tientallen reclame-uitingen. Inderdaad, je ontneemt uitgevers ook mogelijkheden om geld aan jou te verdienen, maar dat is natuurlijk niet jouw primaire probleem. Uitgevers hebben middelen en creativiteit genoeg om jou alsnog geld uit te laten geven. Denk aan de paywall van de FD, of bijvoorbeeld de VTwonen website waar je allerlei spullen voor in huis kunt kopen. Jij als consument hoeft niet de dupe te worden van de problemen van de uitgever, en je adblocker is een goede manier om een heleboel (zoals gezegd, soms wel 20 bannerposities per pagina) potentiële problemen te voorkomen.

En virusscanners? Virusscanners tappen in op een gevoel van onveiligheid dat lang niet altijd terecht is. Grote virusuitbraken zijn er de laatste jaren nauwelijks geweest. Eenvoudige vuistregel: open geen spam in je mailbox, klik nooit op linkjes die je niet vertrouwd en download geen illegale muziek, games of software. Wanneer je veel gebruik maakt van internet – en wie doet dat niet – dan is een bannerblocker misschien nog wel harder nodig dan een virusscanner. En dat is toch wel wat zorgelijk.

Het Nederlandse elftal had het knap lastig op het knollenveld in Luxemburg, maar won wel met 3-1. Daar gaat dit verhaal alleen niet over.

Het moet natuurlijk gaan over Regenrijder Max. Vooraf was door hemzelf al geopperd dat het maar moest gaan regenen tijdens de race. En waarempel: het leek wel Nederland in Sao Palo. Met wat rode vlaggen, safetycars en ander ongemak later begon er voor de permanente bankzitters een spektakelstuk dat z’n weerga niet kent. In 15 rondes reed Max 13 auto’s voorbij, om zo alsnog op het podium te eindigen. Sommige van deze tegenstanders, inclusief teamgenoot Ricciardio liet hij staan alsof ze uberhaupt niet meededen. Hulkenberg en Saintz leken wel in hun opwarmrondje toen Max langs kwam.

De kans op regen in Abu Dhabi lijkt me niet zo groot, maar inmiddels is wel bevestigd dat we volgend seizoen alle races moeten zien om voor het eerst een Nederlander wereldkampioen te zien worden in de Formule 1. Wie had dat ooit gedacht.

Spannende tijden in de Formule 1

Lang geleden stond ik met m’n vader wel eens vroeg op om Formule 1 te zien. Jos Verstappen deed nog mee en starte meestal van plek 17, 18 of vanuit de pitstraat. Na een rondje had ie meestal ongeveer 3 tot 5 plekken gewonnen, maar dat zag je nooit in beeld. Het was een zegetocht van Michael Schumacher die zonder problemen alle wereldkampioenschappen naar huis reed: vaak onbedreigd. Met een beetje geluk zag je tijdens een race 1 of 2 inhaalacties, maar nog veel vaker was er niets te zien. De statistieken onderin beeld gaven hooguit de verschillen weer. Om de zoveel minuten was er reclame. Met die kennis is het nu nog lekkerder formule 1 kijken. Niet alleen doet Max Verstappen mee voor het podium, hij zorgt er ook iedere race weer voor dat je op het puntje van je stoel kunt zitten: precies zoals motorsport bedoeld is.

Was het Trump? Of Hillary

image Deze chart laat zien dat het totaal aantal kiezers de afgelopen verkiezing lager was. Maar vooral bij de democraten is er een opmerkelijke terugval. Dit roept de vraag op: was het Trump die won – vanwege Trump? Of was het Hillary die verloor omdat er teveel mensen thuis bleven? Een harde les.

De afloop

Overmoedig geworden door mijn goede voorspelling dat Trump wel eens een outsider kon worden leek het me niet zo waarschijnlijk scenario dat ie ook daadwerkelijk zou winnen.

Bas Heijne vertaalde gisteravond in DWDD deze verkiezingen door naar ‘onze’ aanstaande verkiezingen in maart. Verontwaardiging over de politiek is niet voorbehouden aan laag opgeleide blanke working class. We hebben allemaal onze ergenissen over de politiek. Of dit nu gaat om het weinige charisma, of om acute problemen zoals ouderenzorg of aardbevingen. Dat is genoeg reden tot een proteststem: de politieke elite mag niet blijven winnen en moet uitgedaagd worden door nieuwe mensen, ideeen en meningen.

De afloop van de verkiezingen

Meer dan een jaar geleden deed ik een vrij rake voorspelling; Trump zou wel eens de meest controversieele kandidaat kunnen zijn die ooit heeft deelgenomen aan de Amerikaanse verkiezingen.

Ik schreef later ook dat de e-mail server van Hillary haar nog tijden zou achtervolgen, maar het arme mens heeft genoeg andere problemen: zo wordt ze door een groot deel van de Amerikaanse bevolking ook niet helemaal vertrouwd. Het unanieme wantrouwen in het etablishiment – waar zij & Bill uiteraard bij horen – wordt steeds groter.

Ik gok er niet op dat Amerika zo dom is om Trump president te laten worden. Het wordt Hillary. De opluchting zal groot zijn.

Bekeken: Rush

Eigenlijk kun je je op voorhand nauwelijks voorstellen dat er überhaupt een goeie film te maken is bij Formule 1. Ik zat ooit in de bioscoop toen deze film als trailer voorbijkwam en toen dacht ik: wat ontzettend fake.

Toch zijn de makers er vrij aardig in geslaagd om een mooi verhaal te vertellen van twee kemphanen (Niki Lauda en James Hunt) die elkaar in het kampioenschap van 1978 het vuur (sic) aan de schenen leggen.

Omdat ik ook de afloop van het – waargebeurde – verhaal niet kende bleef het een spannende film, op de ziekenhuisopname van Lauda na, toen heb ik grotendeels weggekeken. Een geslaagde film die er door een combinatie van slimme montage, CGI en ‘echte’ beelden verrassend goed uit ziet. En sowieso is het goed om Chris Hemsworth eens in een echte rol te zien, in plaats van in de rol van Thor in de Marvel serie.

Die Pokémon rage

Tijdens een moeizaam rondje hardlopen viel het me op. Kleine groepjes jongeren die rondliepen met hun telefoon scherm voor hun neus. Omdat het hardlopen zo moeizaam ging begon ik ze als afleiding te tellen. Ik telde er in het parkje in de buurt meer dan 80.

‘Daar zit de Pokémon generatie’ zei een vrouw van middelbare leeftijd die langsfietste tegen haar vriendin. Ik wist niet wat ik van de samengeklitte jongeren op de bankjes moest vinden. Het is makkelijk om een rage belachelijk te maken. Immers, die flippo’s waren ook maar raar, achteraf bezien. Het is bijzonder om te zien dat de aanwezigheid van fysieke game-elementen er voor zorgt dat een groep die tot voor kort volgens jongerenmarketeers- ‘moeilijk te activeren’ waren nu ineens van de bank af komen en door de stad lopen, daarbij mensen ontmoeten of zelfs nieuwe vrienden maken.

Mijn vermoeden is dat we deze app binnenkort niet meer zien, maar dat er nog vele van dit type apps zullen volgen die mensen in de fysieke wereld laat bewegen om game-elementen te doen.

Sterker: met dat gegeven kun je zelfs hele educatieve dingen doen. Een wereld van mogelijkheden is er door de Pokémon rage open gegaan. En dat is alleen maar goed.

Luisterboek pogingen iets van het leven te maken van Hendrik Groen

Op aanraden van een vriendin had ik Storytel eens gedownload, maar deze was ook direct weer in onbruik geraakt omdat ik maar niet kon beslissen over het eerste boek dat ik wou luisteren.

Gezien de tijd die ik in de trein zit leek het me nog steeds wel de moeite van het uitproberen waard, dus afgelopen week heb ik Storytel een nieuwe kans gekregen, een tientje betaald en begonnen met luisteren naar het eerste audioboek.

Het is lastig om het audioboek los van de inhoud te zien, dus ik bespreek ze hier allebei. Eerst maar eens de luister-ervaring.

Storytel biedt een niet al te intuitive interface om boeken te vinden en te gaan luisteren. Na enig rommelen lukte het, maar vanaf daar gaat ook nog niet alles soepel. Zo starte ik de app soms en was ik op een punt in het luisterboek dat ik al geruime tijd had gehad, en werkte de start/stop knopjes op het vergrendelingsscherm niet (goed) wat toch enigzins onhandig is. Afijn.

Het boek zelf was in mijn geval net geen 10 uur, en dat leek me na een halfuur luisteren een flinke afstand en eigenlijk is dat het ook. Voorlezen gaat natuurlijk toch altijd langzamer dan zelf geconcentreerd lezen, dus je moet er rustig de tijd voor nemen.

Dan het luisteren zelf. Dat is – na gewenperiode – een hele eenvoudige manier om een boek te lezen zonder ogen. Wel zocht ik een tijdje naar geschikte momenten om te luisteren want een enigzins rustige achtergrond is wel nodig om op een geconcentreerde manier te kunnen luisteren. In de trein werkt het in ieder geval perfect. In de auto heb ik het nog niet geprobeerd.

De vertelstem past goed bij het verhaal, leest goed voor en is eigenlijk op geen enkele manier storend, iets wat ik wel een beetje had verwacht. Een klein accentje of een vervelend maniertje kunnen immers de inhoud gelijk schade toebrengen.

Dan het boek zelf. Het boek verhaalt over een bejaarde die in een verzorgingstehuis zit, en het dagboek bevat 365 ‘hoofdstukjes’  met rake observaties over het leven in een verzorgingstehuis, en het leven met gebreken van oude mensen in het algemeen. Ik kon er soms wel om lachen, maar het boek herhaalt zichzelf ook, en een echte verhaallijn ontbreekt.

Conclusie na het eerste luisterboek: voorzichtig positief, ik ga er nog eentje lezen.

Wat 10.000 tweets mij leerde

Echt lang geleden maakte ik een Twitteraccount aan. Het was een tijd dat het platform er nog volledig anders uit zag. Simpele twitterhandles waren nog beschikbaar (@blauw) en af en toe zag je een walvis die werd opgetild door een stel vogels: Twitter lag er weer eens uit.

Twitteren was absoluut nog geen ‘uitgemaakte’ zaak: iedereen deed maar wat. Ik werd erdoor aangezet door Stefan Verkerk (@aksie) maar in de basis snapte ik de lol nog niet zo. 140 tekens online? Tja, waarom?

Toen ik bij Sanoma bezig was met social media gaf ik vaak presentaties. Zoals veel mensen gebruikte ik daarin mijn Twitter handle. Twitter werd stabieler, langzaam kwamen er wat meer mogelijkheden zoals een iPhone app en nog wat later werd Twitter voor een aantal Sanoma titels een serieuze verkeersbron. Op die site hadden we uitsluitend een ‘firehose’ van RSS artikelen aangezet; zodra er iets werd en wordt gepubliceerd op Twitter dan schoot deze applicatie een linkje op Twitter. Op die manier was NU.nl het eerste nieuwskanaal (en misschien wel het eerste merk) dat 1 miljoen volgers had op Twitter.

Vanaf daar ging het snel: Twitter werd mainstream. Het werd leuker om het songfestival of Ik vertrek te kijken ‘via Twitter’ dan via de TV. Tijdens WK’s en EK’s ging het er om wie de grappigste tweets en gephotoshopte plaatjes kon delen. Twitteren werd een reden om uitgenodigd te worden bij ‘de slimste mens’. Veel Twitteren leverde je status op onder een selectief groepje mensen, namelijk andere mensen die veel twitterden.

Ondertussen volgende ik mensen op interessegebied, en klikte of favoriete ik af en toe eens een linkje. Ik klaagde af en toe eens tegen een organisatie of deelde af en toe eens een complimentje uit.

Twitter is de laatste maanden veranderd: contact met mijn vrienden heb ik wel via Whatsapp. Levensgebeurtenissen staan op Facebook. Nieuws op NOS.nl. Mensen te teveel of irrelevant twitterden ben ik ontvolgt. Wat blijft er dan nog over? Nou, tweets tijdens ‘live-rampen’, alhoewel Twitter hier ook een beetje z’n ‘secret sauce’ is kwijtgeraakt.  Ik zie vaker advertenties. Ik zie vaker slechte zelfpromotie- en eigengeilerij. Het is een reden om het platform steeds vaker links te laten liggen. Ik ben benieuwd wanneer ik de volgende 10.000 tweets heb geplaatst.